Samenwerkend Toezicht Jeugd

Verantwoorde Hulp voor Jeugd

Toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd

Het toetsingskader is een kader dat – afhankelijk van de te onderzoeken onderwerpen – in zijn geheel of op specifieke onderdelen wordt ingezet bij het uitvoeren van toezicht. Afhankelijk van het toezicht bepaalt de inspectie welke verwachtingen worden getoetst. Het toetsingskader bestaat uit vijf thema’s: Uitvoering hulp, Veiligheid, Leefklimaat, Cliëntenpositie en Bestuurlijke organisatie. Elk thema is uitgewerkt in een aantal criteria en verwachtingen.

Er zijn sets met kernverwachtingen voor nieuwe toetreders, Jeugdhulp zonder verblijf, Jeugdhulp met verblijf en Gesloten Jeugdhulp. De inspectie toetst standaard de volgende punten:

Verantwoorde Hulp voor Jeugd
Nieuwe toetreders
Jeugdhulp
zonder verblijf
Jeugdhulp
met verblijf
Gesloten Jeugdhulp
  • Uitvoering hulp

    Jeugdigen krijgen de hulp die zij nodig hebben om zich
    onbedreigd te kunnen ontwikkelen.

  • Waarom is dit belangrijk?

    In navolging van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en de Jeugdwet, hebben jeugdigen het recht op een onbedreigd leven en ontwikkeling. Het bieden van passende hulp aan jeugdigen en hun ouders draagt er aan bij dat een jeugdige zich onbedreigd kan ontwikkelen op alle leefgebieden. De eigen kracht van jeugdigen, hun ouders en hun netwerk is het vertrekpunt voor passende hulp . Daarnaast is hulp alleen passend als deze wordt afgestemd op de achtergrond en reële behoefte van jeugdigen en hun ouders .

    Professionele standaarden waarborgen dat jeugdigen Verantwoorde Hulp ontvangen. Beroepsverenigingen hebben verschillende richtlijnen opgesteld, zoals de richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming , die professionals ondersteunen in het dagelijks werk. Om te borgen dat de hulp leidt tot gewenste resultaten is het van belang dat professionals planmatig werken en dat de hulp regelmatig wordt geëvalueerd. Daarnaast is een belangrijke professionele standaard dat de hulp start op het moment dat de problematiek hierom vraagt. De kwaliteit van hulp wordt tot slot verhoogd door meerdere disciplines te betrekken bij het nemen van kernbeslissingen . Hierdoor wordt de juiste kennis betrokken, wordt voorkomen dat eenzijdig naar de problematiek wordt gekeken en is de kans groter dat risico’s op onveiligheid worden gesignaleerd.

    Op grond van artikel 12 van het IVRK hebben jeugdigen het recht om gehoord te worden en dient aan hun mening vervolgens passend belang te worden gehecht, in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en ontwikkeling. Jeugdigen vinden het belangrijk dat zij en hun ouders betrokken worden bij de hulp . Het actief betrekken van de jeugdigen en hun ouders bij de hulp bevordert daarnaast de snelheid van het behalen van de beoogde doelen en resultaten. Door de jeugdige en de ouders te respecteren en serieus te nemen tijdens de uitvoering van de hulp, wordt de kans op het behalen van de gestelde doelen en de beoogde resultaten vergroot.

    Met de invoering van de Jeugdwet beoogt de wetgever om integrale hulp aan jeugdigen en hun ouders te bevorderen; één gezin, één plan, één regisseur. Integrale jeugdhulp is vooral belangrijk bij jeugdigen en gezinnen met complexe problemen. Afstemming tussen de betrokken aanbieders van hulp bevordert de kwaliteit van de hulp en levert een bijdrage aan het behalen van de doelen en beoogde resultaten. Uit diverse inspectieonderzoeken naar aanleiding van calamiteiten is gebleken dat een gebrek aan afstemming tussen hulpverleners in belangrijke mate bijdraagt aan (het voortbestaan van) een onveilige situatie voor de jeugdigen en/of hun ouders.

    Bij jeugdigen met een rechterlijke machtiging gesloten jeugdhulp die in een gesloten accommodatie verblijven, kan blijken dat het nodig is om specifieke vrijheidsbeperkende maatregelen op de jeugdige toe te passen . Het inperken van vrijheden mag alleen onder strikte voorwaarden, omdat deze ingrijpen in de grondrechten van jeugdigen. Een vrijheidsbeperkende maatregel mag alleen op de jeugdige worden toegepast, als deze met instemming van de gedragswetenschapper is opgenomen in het plan van de jeugdige of indien het een noodmaatregel betreft.

    Onderdeel van de behandeling van jeugdigen met een rechterlijke machtiging gesloten jeugdhulp is de voorbereiding op een zo normaal mogelijk leven in de samenleving. Verlof kan om deze reden passend zijn voor de behandeling van jeugdigen. Verlof is maatwerk, waarbij de ontwikkeling van de jeugdige binnen de gesloten accommodatie bepalend is. Aan het toekennen van verlof zijn wettelijke voorwaarden gesteld om de kans op een succesvol en veilig verlopen verlof te vergroten .

    Wanneer is het goed?

    • Professionals bieden passende hulp.
    • Professionals werken volgens professionele standaarden.
    • Professionals betrekken jeugdigen en hun ouders bij de hulp.
    • Professionals stemmen af met de bij de jeugdigen en hun ouders betrokken instanties.
    • Professionals passen vrijheids-beperkende maatregelen verantwoord toe.
    • Professionals kennen verlof verantwoord toe .
    Onderbouwing  

    Waaraan kun je dat zien?

    • Professionals bieden hulp die aansluit bij de relevante ontwikkelingstaken van de jeugdigen en de problematiek van de jeugdigen en hun ouders.
    • Professionals bieden hulp die aansluit bij de achtergrond, eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdigen, hun ouders en hun netwerk.
    • Professionals zorgen voor continuïteit van de hulp.
    • Professionals werken volgens de richtlijnen van de beroepsgroep.
    • Professionals werken doelgericht en planmatig.
    • Professionals zetten de hulp tijdig in.
    • Professionals nemen kernbeslissingen in multidisciplinair verband.
    • Professionals werken met een plan dat door of in overleg met de jeugdigen en hun ouders is opgesteld.
    • Professionals bieden de jeugdigen en hun ouders duidelijkheid over de inhoud en uitvoering van de hulp.
    • Professionals bejegenen de jeugdigen en hun ouders met respect en nemen hen serieus bij de uitvoering van de hulp.
    • Professionals zorgen ervoor dat de jeugdigen contact kunnen (onder)houden met hun ouders en hun netwerk.
    • Professionals stemmen het plan af met de plannen van de overige betrokken instanties.
    • Professionals evalueren regelmatig het resultaat van de geboden hulp met de overige betrokken instanties.
    • Professionals zorgen voor een tijdige en volledige overdracht van de hulp en informatie naar de overige betrokken instanties.
    • Professionals nemen in de plannen van de jeugdigen op welke vrijheidsbeperkende maatregelen op hen toegepast kunnen worden.
    • Professionals passen vrijheidsbeperkende maatregelen alleen toe na de instemming van een gedragswetenschapper.
    • Professionals passen vrijheidsbeperkende maatregelen toe conform de geldende instructies en procedures.
    • Professionals zijn in het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen getraind.
    • Professionals nemen verlof op in het plan van de jeugdigen.
    • Professionals schatten de risico’s van het verlof in aan de hand van een gestandaardiseerd risicotaxatie-instrument.
    • Professionals verlenen alleen verlof na instemming van een gedragswetenschapper.
  • Veiligheid

    Jeugdigen worden beschermd tegen gevaren die hun
    ontwikkeling bedreigen.

  • Waarom is dit belangrijk?

    Jeugdigen hebben het recht op bescherming tegen blootstelling aan onveilige situaties. Dit wordt benadrukt in het IVRK en de Jeugdwet. Het is van belang dat een onveilige situatie voor jeugdigen zo snel mogelijk wordt onderkend. Dit betekent dat professionals altijd moeten nagaan of de jeugdige op een veilige plek verblijft. Niet alleen een fysiek veilige plek, maar ook een plek die voldoende sociaal-emotionele veiligheid biedt. Als professionals aandacht hebben voor de veiligheid en de sociale omgeving van de jeugdigen kunnen zij signalen over mogelijk risicovolle situaties vroegtijdig opvangen. Daarnaast wordt de kans op blinde vlekken kleiner op het moment dat professionals veiligheidsrisico’s samen met collega’s en indien nodig multidisciplinair beoordelen.

    Een veilige plek om op te groeien is een basale behoefte van jeugdigen. In het IVRK is opgenomen dat jeugdigen het recht hebben op bescherming tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling en verwaarlozing, zowel in het gezin als daarbuiten. De jeugdhulp en de beschermende maatregelen moeten hiervoor zorg dragen door de hulp zo aan te bieden dat veiligheidsrisico’s zijn beperkt. Daarnaast moet de jeugdhulp zelf ook veilig zijn. Als er zich onverhoopt toch een onveilige situatie voordoet, is het van belang dat professionals direct actie ondernemen waardoor er zo snel als mogelijk weer een voor de jeugdige veilige situatie ontstaat.

    Op het moment dat jeugdigen medicatie volgens een arts nodig hebben, is het belangrijk dat professionals zorgen dat een jeugdige goed met zijn of haar medicatie om leert gaan. Indien medicatie niet zorgvuldig wordt gebruikt, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan voor jeugdigen. De jeugdigen en hun ouders moeten weten waarvoor de medicatie is en hoe deze veilig kan worden gebruikt. Voor de juiste werking van de medicatie is het belangrijk dat die in de juiste dosering en op het beoogde moment door de jeugdige wordt ingenomen. Dit vereist van professionals dat zij weten welke medicatie de jeugdigen gebruiken en dat zij medicatie veilig bewaren.

    Wanneer is het goed?

    • Professionals houden goed zicht op de veiligheid van jeugdigen.
    • Professionals beperken de veiligheidsrisico’s voor jeugdigen.
    • De aanbieder zorgt ervoor dat jeugdigen op een veilige wijze medicatie ontvangen.
    Onderbouwing  

    Waaraan kun je dat zien?

    • Professionals hebben een actueel beeld van de veiligheid van de jeugdigen.
    • Professionals schatten de veiligheidsrisico’s van de jeugdigen systematisch in.
    • Professionals beoordelen de veiligheidsrisico’s in multidisciplinair verband.
    • Professionals bepalen mede op basis van de veiligheidsrisico’s de in te zetten hulp.
    • Professionals bewaken de gemaakte afspraken over het beperken van de veiligheidsrisico’s.
    • Professionals treden bij acute onveiligheid actief op.
    • De aanbieder organiseert het omgaan met medicatie zorgvuldig.
    • Professionals gebruiken een actueel medicatieoverzicht.
    • Professionals bewaren medicijnen verantwoord.
  • Leefklimaat

    Jeugdigen verblijven in een aandachtvolle omgeving.

  • Waarom is dit belangrijk?

    Als een jeugdige niet thuis kan wonen en elders verblijft, moet de jeugdige, in navolging van het IVRK en de Jeugdwet, extra worden beschermd. Jeugdigen hebben recht op een schone en veilige leefomgeving. Tevens hebben zij recht op een omgeving die bij hun leeftijd en fysieke gesteldheid past. Jeugdigen vinden het belangrijk dat ze wonen op een plek waar ze veilig zijn en waar ze zich thuis voelen . Het is van belang dat jeugdigen tevreden zijn met de woonsituatie zodat ze het, gezien de omstandigheden, als een zo normaal mogelijke woonsituatie beleven. Net zoals jeugdigen die thuis wonen, is het belangrijk dat zij invloed op de inrichting hebben en persoonlijke spullen veilig op kunnen bergen . Volgens internationale richtlijnen moeten de faciliteiten die voorzien in residentiële zorg kleinschalig zijn en georganiseerd worden rond de rechten en behoeften van de jeugdige .

    Als een jeugdige niet thuis kan wonen, is het van belang dat de vervangende woonsituatie van dusdanige kwaliteit is, zodat de jeugdige zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Hiervoor is het nodig dat in belangrijke behoeften van jeugdigen wordt voorzien, zoals warmte, zich welkom en geaccepteerd voelen, gezien en gehoord worden en ruimte krijgen om grenzen te verkennen en te worden wie je bent. Jeugdigen voelen zich meer verantwoordelijk voor het leefklimaat als ze ook betrokken worden bij het opstellen van de huisregels en het kiezen van activiteiten . Jeugdigen willen een gewoon leven dat zo veel mogelijk lijkt op het leven van jeugdigen die wel thuis wonen.

    Gezien de kwetsbaarheid van jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen, is het van belang dat jeugdigen worden opgevangen en verzorgd door professionals die niet alleen deskundig zijn in het omgaan met jeugdigen met specifieke hulpvragen/problematiek, maar die ook een vertrouwensrelatie met jeugdigen kunnen opbouwen . Het is van belang dat professionals tijd en aandacht hebben voor de jeugdigen, goed kunnen luisteren en de jeugdigen serieus nemen. Op deze manier wordt bevorderd dat jeugdigen zich veilig en thuis voelen en zich kunnen ontwikkelen. Professionals dienen zich bewust te zijn van hun voorbeeldrol ten opzichte van opgroeiende jeugdigen. Hiervoor is het belangrijk dat er sprake is van een aanspreekcultuur binnen de organisatie, waarbij professionals alert zijn op het gedrag van hun collega’s.

    Wanneer is het goed?

    • De fysieke leefomgeving is van goede kwaliteit.
    • Het leefklimaat is passend bij de jeugdigen.
    • Professionals hebben een respectvolle houding naar de jeugdigen.
    Onderbouwing  

    Waaraan kun je dat zien?

    • De fysieke leefomgeving is schoon, passend en veilig.
    • Jeugdigen hebben invloed op de inrichting van de fysieke leefomgeving.
    • Het leefklimaat past bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de jeugdigen.
    • De dagelijkse routine en de huisregels dragen bij aan de ontwikkeling van de jeugdigen.
    • Jeugdigen leiden een voor hen zo gewoon mogelijk leven, inclusief onderwijs en vrijetijdsbesteding.
    • Jeugdigen vertrouwen de professionals.
    • Professionals hebben tijd en aandacht voor de jeugdigen.
    • Professionals belonen positief gedrag van de jeugdigen.
    • Professionals tonen voorbeeldgedrag.
    • Professionals respecteren de privacy van de jeugdigen.
  • Cliëntenpositie

    De aanbieder biedt jeugdigen en hun ouders voldoende mogelijkheden
    om voor hun individuele en gemeenschappelijke belangen op te komen.

  • Waarom is dit belangrijk?

    Jeugdigen en hun ouders zijn voor veel zaken afhankelijk van de medewerking van of besluitvorming door de aanbieder. Dit maakt dat zij een kwetsbare positie hebben. Jeugdigen en hun ouders hebben op basis van de Jeugdwet dan ook het recht om zich uit te spreken over onvrede over de uitvoering van de hulp bij een onafhankelijke klachtencommissie . Een onafhankelijke vertrouwenspersoon versterkt de positie van de jeugdigen en hun ouders door hen te adviseren en te ondersteunen bij het kenbaar maken van onvrede. Ook kan de onafhankelijke vertrouwenspersoon bijdragen aan een snelle en adequate klachtafhandeling en het doen opheffen van de onvrede. Als jeugdigen en ouders zich gehoord en serieus genomen voelen, zal dit bijdragen aan het resultaat van de jeugdhulp.

    Jeugdigen en hun ouders moeten zich kunnen verenigen om hun gemeenschappelijke belangen in relatie tot het beleid van de aanbieder te kunnen behartigen. De cliëntenraad is een middel om de jeugdigen en hun ouders inspraak te geven. Het recht op participatie hangt sterk samen met het recht op informatie . Het is van belang dat de jeugdigen en hun ouders door professionals worden gewezen op hun rechtspositie, zodat zij zich een mening kunnen vormen en deze kenbaar kunnen maken. Enkel de aanwezigheid van een cliëntenraad betekent niet dat jeugdigen en hun ouders invloed kunnen uitoefenen op het cliëntenbeleid. Jeugdigen en hun ouders hebben pas echt invloed als de aanbieder de inspraak van de jeugdigen en hun ouders ziet als een vast onderdeel van het besluitvormingsproces en waarde hecht aan de bijdrage van de cliëntenraad. Om dit goed mogelijk te maken, is het belangrijk dat de aanbieder voor voldoende ondersteuning van de cliëntenraad zorgt.

    Onzorgvuldig gebruik of beheer van persoonsgegevens heeft een enorme impact op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Het is daarom van belang dat de privacy van de jeugdigen en hun ouders wordt gerespecteerd. Jeugdigen mogen niet ten onrechte onder toezicht worden gesteld en uit huis worden geplaatst. Door zorg te dragen voor waarheidsgetrouwe verslaglegging en adequaat te reageren op een verzoek tot inzage, afschrift of wijziging kan worden voorkomen dat er onjuiste beslissingen worden genomen en/of er financiële, emotionele of sociale schade ontstaat.

    Wanneer is het goed?

    • De aanbieder geeft de jeugdigen en hun ouders de mogelijkheid om voor hun individuele belangen op te komen.
    • De aanbieder draagt zorg voor de behartiging van gemeenschappelijke belangen van de jeugdigen en hun ouders.
    • De aanbieder gaat zorgvuldig om met de gegevens van de jeugdigen en hun ouders.
    Onderbouwing  

    Waaraan kun je dat zien?

    • De aanbieder onderneemt actie, indien de jeugdigen en/of hun ouders aangeven ontevreden te zijn over de geboden hulp.
    • Jeugdigen en hun ouders kunnen gebruikmaken van een onafhankelijke vertrouwenspersoon.
    • Jeugdigen en hun ouders kunnen een klacht indienen bij een onafhankelijke klachtencommissie.
    • De aanbieder heeft de medezeggenschap van de jeugdigen en hun ouders geregeld
    • De aanbieder gebruikt de medezeggenschap van de jeugdigen en hun ouders om de kwaliteit te verbeteren.
    • De aanbieder informeert de jeugdigen en hun ouders actief over de wijze waarop zij medezeggenschap heeft georganiseerd.
    • De aanbieder waarborgt de bescherming van persoonsgegevens van de jeugdigen en hun ouders.
    • De aanbieder draagt zorg voor waarheidsgetrouwe verslaglegging .
    • De aanbieder heeft een regeling met betrekking tot inzage-, afschrift- of wijzigingsverzoek van de jeugdigen en hun ouders.
  • Bestuurlijke organisatie

    De aanbieder voorziet in de voorwaarden om verantwoorde
    hulp te leveren.

  • Waarom is dit belangrijk?

    Aanbieders van jeugdhulp moeten, in navolging van de Jeugdwet en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, een kwaliteitsmanagementsysteem gebruiken om de kwaliteit van de hulp systematisch te monitoren en waar mogelijk te verbeteren. Het kwaliteitssysteem maakt zichtbaar wat de aanbieder onder hulp van goede kwaliteit verstaat en in hoeverre deze in de praktijk door de aanbieder wordt gerealiseerd. Het kwaliteitmanagementsysteem maakt ook zichtbaar welke verbeteringen worden beoogd en gerealiseerd. Deze informatie is niet alleen bruikbaar voor de aanbieder, maar ook voor de professionals en de cliënten(raad).

    Jeugdigen hebben recht op hulp van goed niveau. Professionals dienen de juiste kennis, vaardigheden en deskundigheid te hebben om Verantwoorde Hulp te bieden. De registratie van professionals garandeert dat de professionals voldoende gekwalificeerd zijn voor het uitvoeren van de hulp. Indien de aanbieder werkt met niet geregistreerde professionals, dient de aanbieder op andere wijze aan te tonen dat zij wel gekwalificeerd en capabel zijn om Verantwoorde Hulp te bieden aan jeugdigen en hun ouders.

    De Jeugdwet stelt eisen aan aanbieders. De inspectie heeft vijf nalevingsnormen geselecteerd waarop aanbieders worden getoetst. De inspectie kiest ervoor deze wettelijke eisen expliciet uit te lichten, omdat deze op zichzelf staande randvoorwaarden zijn voor het bieden van Verantwoorde Hulp. Om de veiligheid van jeugdigen te borgen dienen aanbieders te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag van personen die structureel contact hebben met jeugdigen en hun ouders en een Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast is het uitgangspunt van het nationaal en internationaal recht dat niemand zonder wettelijke titel en zonder tussenkomst van een rechter in zijn vrijheden mag worden beperkt of van zijn vrijheid mag worden beroofd. Om deze reden stelt de inspectie, in navolging van de Jeugdwet, bodemeisen met betrekking tot opname in accommodaties voor gesloten jeugdhulp en het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen .

    Bij complexe en meervoudige problemen is jeugdhulp in veel gevallen slechts een deel van alle hulp aan de jeugdige en de ouders. Als er meerdere partijen bij de jeugdige en de ouders betrokken zijn, is het belangrijk dat er optimaal wordt samengewerkt. Als hulp niet op elkaar wordt afgestemd bestaat het risico dat betrokkenen langs elkaar heen werken of elkaar tegenwerken. Aanbieders hebben als verantwoordelijkheid om de jeugdhulp in samenhang met andere hulp te verlenen. De aanbieder maakt hiertoe afspraken met andere aanbieders, zodat de samenhang van hulp wordt bevorderd. Daarnaast stelt zij haar professionals in staat om op casusniveau met andere professionals samen te werken.

    De inspectie vindt het belangrijk dat de aanbieder zelf de kwaliteit van de hulp bewaakt en hierover verantwoording aflegt. Door te handelen volgens de Zorgbrede Governancecode zijn de voorwaarden voor het interne toezicht door de aanbieder aanwezig. De Governancecode bepaalt dat er een Raad van Toezicht is die zicht houdt op de kwaliteit van de jeugdhulp, de besteding van de financiën, het handelen van de bestuurder en de naleving van de wetten. Taken van de Raad van Toezicht zijn het aanstellen en controleren van de bestuurder(s) en het rapporteren aan de belanghebbenden in de samenleving. Door hiervan openbaar verslag te doen, is de aanbieder transparant over de geleverde kwaliteit.

    Wanneer is het goed?

    • De aanbieder voert systematisch kwaliteitsmanagement uit.
    • De aanbieder zet gekwalificeerde professionals in.
    • De aanbieder voldoet aan de geselecteerde nalevingsnormen.
    • De aanbieder zorgt voor jeugdhulp in samenhang met andere hulp.
    • De aanbieder werkt volgens de Zorgbrede Governancecode .
    Onderbouwing  

    Waaraan kun je dat zien?

    • De aanbieder heeft een visie op hoe zij Verantwoorde Hulp biedt.
    • De aanbieder verzamelt systematisch informatie en rapporteert over de kwaliteit van de hulp.
    • De aanbieder brengt op basis van de analyse van de verzamelde informatie veranderingen aan om de kwaliteit van de hulp te verbeteren.
    • De aanbieder registreert en analyseert incidenten en voert naar aanleiding van de analyse verbeteringen door.
    • De aanbieder waarborgt dat de professionals werken volgens de professionele standaarden.
    • De aanbieder werkt met geregistreerde professionals, tenzij de inzet van een niet geregistreerde professional niet afdoet aan de kwaliteit van de hulp of noodzakelijk is voor de kwaliteit.
    • De aanbieder zet professionals in die aantoonbaar zijn geschoold voor de functie die zij uitoefenen.
    • De aanbieder biedt professionals de mogelijkheid kennis en vaardigheden actueel te houden.
    • De aanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag van personen die structureel contact hebben met de jeugdigen en hun ouders.
    • De aanbieder heeft een Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
    • De aanbieder past geen vrijheidsbeperkende maatregelen toe op jeugdigen zonder rechterlijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ), tenzij er sprake is van een noodsituatie.
    • De aanbieder past geen vrijheidsontneming toe op jeugdigen zonder rechterlijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ).
    • De aanbieder voor gesloten jeugdhulp zorgt ervoor dat jeugdigen zonder rechterlijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ) geen getuige zijn van de toepassing van zware vrijheidsbeperkende maatregelen bij jeugdigen met een rechterijke machtiging, tenzij er sprake is van een noodsituatie.
    • De aanbieder heeft samenwerkingsafspraken met haar ketenpartners vastgelegd.
    • De aanbieder stelt haar professionals in staat samen te werken met ketenpartners.
    • De aanbieder beschikt over een Raad van Toezicht die intern toezicht houdt.
    • De aanbieder beschikt over een Raad van Toezicht die het externe toezicht door een accountant regelt.
    • De aanbieder beschikt over een Raad van Toezicht die aan belanghebbenden verantwoording aflegt.

Over Verantwoorde Hulp voor Jeugd

Het toezicht voert de inspectie uit aan de hand van het toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd. Het toetsingskader is gebaseerd op de vigerende wet- en regelgeving, de kwaliteitskaders uit het veld en de richtlijnen van professionals voor verantwoorde jeugdhulp. Het toetsingskader bestaat uit vijf thema’s: Uitvoering hulp, Veiligheid, Leefklimaat, Cliëntenpositie en Bestuurlijke organisatie. Elk thema is uitgewerkt in een aantal criteria en verwachtingen.

Er zijn inmiddels specifieke toetsingskaders voor nieuwe toetreders in de jeugdhulp, jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf en gesloten jeugdhulp. In deze specifieke toetsingskaders toetst de inspectie altijd als ondergrens het thema veiligheid, aangevuld met verwachtingen die ‘het hart’ van de jeugdhulp vullen: de positie van de cliënt, de uitvoering van de hulp en enkele verwachtingen die de inspectie op basis van haar speerpunten selecteert. Deze verwachtingen zijn de kernverwachtingen en kunnen aangevuld worden met andere verwachtingen uit het toetsingskader VHJ.

Beslisregel

De inspectie oordeelt per verwachting. Als uitgangspunt geldt dat alle verwachtingen bij het type toezicht voldoende dienen te zijn. Omdat het voorstelbaar is dat een aanbieder bij een eerste toetsing van de inspectie niet aan alle verwachtingen voldoet, zal de inspectie daar bij haar in te zetten vervolgtraject rekening mee houden. Als beslisregel voor haar vervolgtraject hanteert de inspectie dat als meer dan 75% van de getoetste verwachtingen voldoende zijn, zij vertrouwen heeft dat de aanbieder alle verbetermaatregelen zonder hertoets van de inspectie op orde brengt. Als minder dan 65% van de getoetste verwachtingen voldoende zijn overweegt de inspectie voor haar vervolgtraject of een zwaardere maatregel nodig is, zoals verscherpt toezicht of een bestuurlijke maatregel. Aanvullend op de kernverwachtingen behorende bij het type toezicht kan de inspectie ook andere verwachtingen toetsen uit haar toetsingskader VHJ, de zogenaamde aanvullende verwachtingen. Als beslisregel hanteert de inspectie hierbij dat de aanbieder voldoet als zij minimaal 65% van de aanvullende verwachtingen op orde heeft. De inspectie kan gegeven de omstandigheden gemotiveerd afwijken van bovenstaande beslisregel, te denken valt aan situaties waarbij risico’s zijn voor de veiligheid, de mate van vertrouwen in een aanbieder, de aard en ernst van de overtredingen, het bestuurlijke boetebeleid van de inspectie en de samenhang tussen de tekortkomingen.

In onderstaand schema is het vervolgtraject per type toezicht met betrekking tot het aantal kernverwachtingen uitgewerkt.

Jeugdhulp zonder verblijf
22 kernverwachtingen van de 46 van toepassing zijnde verwachtingen.
17 tot 22 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie vertrouwt erop dat de aanbieder verbetermaatregelen doorvoert.
14 tot 17 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie beoordeelt het verbeterplan van de aanbieder.
Minder dan 14 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie overweegt een zwaardere maatregel.
Jeugdhulp met verblijf
32 kernverwachtingen van de 59 van toepassing zijnde verwachtingen.
24 tot 32 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie vertrouwt erop dat de aanbieder verbetermaatregelen doorvoert.
21 tot 24 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie beoordeelt het verbeterplan van de aanbieder.
Minder dan 21 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie overweegt een zwaardere maatregel.
Gesloten Jeugdhulp
37 kernverwachtingen van de 67 van toepassing zijnde verwachtingen.
28 tot 37 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie vertrouwt erop dat de aanbieder verbetermaatregelen doorvoert.
24 tot 28 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie beoordeelt het verbeterplan van de aanbieder.
Minder dan 24 verwachtingen zijn voldoende:
de inspectie overweegt een zwaardere maatregel.

Als de inspectie geen verscherpt toezicht instelt, of geen aanwijzing of bevel geeft in relatie tot geconstateerde tekortkomingen, wordt de aanbieder geacht in staat te zijn om verantwoorde hulp te bieden.

De inspectie kan aan bovenstaande een eindoordeel verbinden: goed, voldoende, matig of onvoldoende.

Definities

  • Onder ‘aanbieder’ verstaat de inspectie de (individuele) jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet .
  • Onder ‘geregistreerde professionals’ verstaat de inspectie jeugdzorgwerkers die zijn geregistreerd of vooraangemeld in het Kwaliteitsregister Jeugd en gedragswetenschappers die zijn geregistreerd of vooraangemeld in het Kwaliteitsregister Jeugd en alle BIG-geregisteerden.
  • Onder ‘hulp’ verstaat de inspectie hulpverlening, begeleiding, behandeling, zorg, ondersteuning, etc.
  • Onder ‘jeugdige’ verstaat de inspectie een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, of die tussen de 18 en de 23 jaar is en bij wie jeugdhulp nog steeds noodzakelijk is.
  • Onder ‘netwerk’ verstaat de inspectie andere voor de jeugdige en of hun ouders belangrijke personen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
  • Onder ‘ouders’ verstaat de inspectie de gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
  • Onder ‘pleegouder’ verstaat de inspectie een persoon die een jeugdige die niet zijn of haar eigen kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en daartoe een pleegcontract heeft gesloten met een aanbieder voor pleegzorg.
  • Onder ‘professionals’ verstaat de inspectie alle personen die vanuit of namens de aanbieder jeugdhulp uitvoert.
TVH FOOTNOTE